Delftse SchaakSite - de geschiedenis van de Delfsche SchaakClub

1960-1970

een bloeiende vereniging

De jaren zestig beginnen met de promotie van het eerste naar de tweede klasse KNSB. Het was enkele jaren daarvoor gedegradeerd, maar wordt overtuigend kampioen van de HSB en wint daarna ook de promotiewedstrijden die nodig zijn om promotie veilig te stellen. DSC is in de jaren die volgen een sterke club die zich kan meten met de subtop van Nederland. Deze periode kan met recht één van de bloeiperioden van DSC worden genoemd, in stijl met de jaren zestig: Wat ludiek en veelzijdig.

In de interne competitie levert een wijziging van het groepensysteem een aanmerkelijk grotere deelname op. De interne wordt in die jaren gedomineerd door de heren B.L. Boogaard en J. Berendse. De heer Berendse wint het kampioenschap in die jaren vier keer, de heer Boogaard zelfs vijf maal. Samen maken zij de dienst uit, tot in 1967 de dan 16-jarige Jan Timman zich het kampioenschap toe-eigent.

De heer Boogaard is niet alleen zeer bedreven in het gewone schaak. Bij het 65-jarige jubileum van de club in 1960 leidt hij als kolderschaakmeester de aanwezige schakers op de gebruikelijke kolderieke wijze over de 64 velden. Hoewel... in de finale van het kolderschaak 1962 trakteert hij de heren Dorsselaer en Petersen op een zelfgemaakt bord van enorme afmetingen, waarop de twee mogen uitmaken wie er met de titel [en het traditionele krentenbrood] naar huis gaat. Dit tot groot vermaak van de vele toeschouwers; de kolderschaakavond is een druk bezocht evenement. En dat is het nog steeds, niet in de laatste plaats door de heer Boogaard die bij het ingaan van dit millenium nog steeds de schakers van DSC de veelzijdige paden van het kolderschaak liet bewandelen.

In datzelfde jaar [1962] wordt Ton Timman derde bij het persoonlijke jeugdkampioenschap van de HSB. Maar ook zijn broertje Jan kan dan al heel aardig schaken. De belangrijkste simultaansceance van dat jaar is die van V&D, en de gebroeders Timman boeken een winst en een remise tegen simultaangever Max Euwe. Een jaar later wint Jan het persoonlijk jeugdkampioenschap van de HSB, en plaatst zich daarmee voor het NK. Daar wordt hij vierde.

In het begin van de jaren zestig ziet ook een nieuw toernooi in Delft het licht. DSC organiseert het Industrie Schaaktoernooi. De eerste kampioen wordt het team van Adam Drijfsystemen, waarin liefst drie DSC-ers spelen. Het zou niet de laatste maal zijn dat dit team dit toernooi zou winnen, dat in de jaren daarna een vaste plek op de schaakkalender had verworven.

In het seizoen 1965/1966 wordt het eerste kampioen en promoveert na een afwezigheid van 8 jaar weer naar de eerste klasse KNSB. Het tweede eindigt als tweede in de promotieklasse. Een jaar eerder had het die klasse gewonnen, maar had het de promotiewedstrijden helaas verloren. In de interne competitie gaat de strijd haast traditioneel tussen de heren Boogaard en Berendse. De heer Boogaard wint, en wordt voor de vijfde maal kampioen en daarmee eigenaar van de wisselbeker. Jan Timman weet op het door DSC georganiseerde jeugdkampioenschap van Nederland beslag te leggen op de eerste plek. Ook strijdt hij in dat jaar [samen met zijn broer Ton] op internationaal niveau voor Nederland in de Glorney Cup.

Het volgende seizoen eindigt het eerste knap op een derde plek in de competitie. Jan Timman groeit alleen maar verder. Hij wordt wederom Nederlands kampioen, en bereikt in de finaleronde van het jeugdwereldkampioenschap een derde plaats. Ook met het ledental gaat het goed, al kost het de wedstrijdleider de nodige hoofdbrekens al die nieuwe mensen in de wintercompetitie een passend plekje te geven.

Het eerste tiental ontsnapt in het seizoen 1967/1968 met een half bordpunt verschil maar nipt aan degradatie. Het tweede doet het een stuk beter; het ontsnapt met een heel bordpunt verschil aan degradatie uit de promotieklasse. Maar er zijn ook successen. Eerste team-speler A.J. van Dop wint het jeugdkampioenschap van de HSB, en wordt op het NK derde. Jan Timman plaatst zich al voor het NK voor de senioren. En beide jeugdspelers spelen samen voor het Nederlands team in de Glorney Cup, waarmee ze tweede worden.

Een jaar later eindigt het eerste op een keurige vijfde plek. De laatste wedstrijd van dat seizoen trekt veel belangstelling: DSC1 speelt tegen DD1 dat nog promotiekansen heeft. Het wordt gelijk. In de interne heeft H.P. Vlam zich aan de top gemeld. Hij wint het kampioenschap, en doet dat ook het volgende seizoen. In de invitatiegroep van het Noteboomtoernooi van het jubilerende LSG doet alweer een volgend jeugdtalent van DSC van zich spreken. Leonard Hofland wint de groep met 3 uit 3.

de Delftsche SchaakClub
de grootste, actiefste en gezelligste schaakclub van Delft

jeugd [ma 18:30-20:00]
Er is op 5 niveau's schaaktraining. Daar­na is er competitie, of een van de vele andere activiteiten.

senioren [ma 19:45-01:00]
De grote interne competitie heeft schakers van elk niveau. Ook zijn er veel andere activiteiten.

copyright
© 2002-2017 Delftsche SchaakClub

powered by
WoltLab GbR, Tjip BV & 2B Insite

software
FirstClassWebsite v1.6.1124.1
DSS v2.9.0701.1
WoltLab Burning Board
GNU WebChess

statistieken
Nedstat Basic  nedstat

disclaimer, privacy politiek, sitemap